Je bent hard bezig als leidinggevende.
En alles gaat goed.
Je volgt je eigen methode.
Je past toe wat je hebt geleerd.
En toch gebeurt er soms te weinig.
Wie met een paard werkt, herkent dat moment onmiddellijk.
Je leidt, je vraagt, je doet wat hoort.
Maar het paard komt niet soepel en direct in beweging.
Hij wil wel.
Maar hij verstrakt.
Alsof hij van beton is.
Je loopt te trekken aan een dood paard.
Dat zijn ongemakkelijke momenten.
Mijn neiging was dan altijd om preciezer te worden.
Strakker.
Nog beter mijn best te doen.
Tot ik mijn paard daarmee feitelijk “stuk” had gemaakt
en wist:
ik moet iets veranderen.
Ik heb lang gedacht dat leiden betekende
dat ik iets moest veroorzaken.
Dat er onder mijn leiding iets zou ontstaan
wat er anders niet was geweest.
Dat klopt ook.
Maar niet op de manier die ik dacht.
Hoe beter ik alle methodes beheerste,
hoe meer ik zocht naar manieren om ze in te zetten.
En hoe minder ik nog zag
wat er werkelijk gebeurde.
Paarden laten zich tot op zekere hoogte sturen.
Je kunt hun lijf beïnvloeden.
Maar als je alleen een methode meebrengt,
ontstaat er gehoorzaamheid.
Geen bereidheid.
Geen vertrouwen.
Je hebt hun aandacht niet voor wat je werkelijk wilt.
Het paard komt niet zelf tevoorschijn.
Het doet wat je voorschrijft — en verdwijnt.
Pas toen ik ophield met proberen
iets voor elkaar te krijgen,
ontstond er ruimte.
Niet omdat ik niets meer vroeg,
maar omdat ik iets anders meenam.
Intentie.
De intentie om iets te doen
met wat het paard laat zien
over mijn plannen.
Paarden reageren niet op wat jij zegt van plan te zijn.
Ze reageren op wat je meebrengt terwijl je iets wilt.
Jouw spanning.
Jouw haast.
Jouw twijfel.
Jouw rust.
Jouw duidelijkheid.
Dat weten ze
al voordat je iets doet.
Daar liegt een paard niet over.
Wat mij telkens weer raakt,
is dat er niets fout gaat.
Geen oordeel.
Alleen feedback.
Als het niet loopt,
betekent dat niet dat je faalt.
Het betekent dat je een nieuwe kans krijgt
om je inzet te veranderen
en te kijken of dat wél tot beweging leidt.
Dat geldt niet alleen voor paarden.
Ook in teams zie ik leiders zoeken naar houvast
in systemen, afspraken en structuren
die duidelijkheid beloven.
Begrijpelijk.
Maar hoe complexer het geheel wordt,
hoe meer gehoorzaamheid er nodig lijkt.
En hoe minder ruimte er overblijft
voor werkelijk leiderschap.
En toch verdwijnt die ruimte niet.
Ze verschuift.
Ze zit niet in meer sturen,
maar in kijken wat mensen nodig hebben
om tevoorschijn te komen
met wat ze in huis hebben.
Voor jou als leider betekent dat:
aanwezig zijn.
Timing voelen.
Weten wat je laat.
En dat zo doen
dat mensen weten
dat je hen ziet.
Leiderschap is dan geen kwestie meer
van de juiste ingreep,
maar van de juiste verbinding.
Niet:
wat moet ik doen om mijn mensen in beweging te krijgen?
Maar:
wat hebben zij van mij nodig
zodat ze in beweging kunnen komen
met alles wat ze in huis hebben?
De plek van waaruit je dat doet,
dat voelen mensen.
En een paard weet dat al.
Altijd.